maandag 30 januari 2012

Trojka

In het kader van het heerlijke winterweer de briljante songtekst van Drs P. "Dodenrit".

We rijden met de troïka door 't eindeloze woud
Het vriest een graad of dertig, het is winter en vrij koud
De paardehoeven knersen in de pasgevallen sneeuw
't Is avond in Siberie en nergens is een leeuw

We reizen met de kinderen, al zijn ze nog wat jong
Door 't eindeloze woud waarover ik zo-even zong
Een lommerrijk en zeer onoverzichtelijk terrein
Waarin men zich gelukkig prijst dat er geen leeuwen zijn

We zijn op weg naar Omsk, maar de weg daarheen is lang
En daarom vullen wij de tijd met feestelijk gezang
Intussen gaat zich iets bewegen in de achtergrond:
Iets donkers en iets talrijks en het lijkt me ongezond

Ze zijn nog vrij ver achter ons, ik zie ze echter wel
Het is een hele massa en ze lopen nogal snel
En door ons achterna te lopen halen zij ons in
Wat onvoordelig uit kan pakken voor een jong gezin

De donkere gedaanten zijn bijzonder vlug ter been
Ze lopen op vier poten, en ze kijken heel gemeen
Ze hebben grote tanden, dat is duidelijk te zien
Het zijn waarschijnlijk wolven en kwaadaardig bovendien

Al is de toestand zorgelijk, ik raak niet in paniek
Ik houd de moed erin door middel van de volksmuziek
We kennen onze bundel en we zingen heel wat af
Terwijl de wolven nader komen in gestrekte draf

Het is van hier naar Omsk nog een kleine honderd werst
't Is prettig dat de paarden net vanmiddag zijn ververst
Wel jammer dat de wolven ons toch hebben ingehaald
Men ziet de flinke eetlust die hun uit de ogen straalt

We doen heel onbekommerd en we zingen continu
Toch moet er iets gebeuren onder moeders paraplu
En zonder op te vallen overleg ik met mijn vrouw
"Wie moet er aan geloven," vraag ik, "Toe, bedenk eens gauw"

"Moet Igor het maar wezen?", "Nee, want Igor speelt viool"
"Wat vind je van Natasja?", "Maar die leert zo goed op school!"
"En Sonja dan?", "Nee, Sonja niet, zij heeft een mooie alt"
Zodat de keus tenslotte op de kleine Pjotr valt.

Dus onder het gezang pak ik het ventje handig beet
Daar vliegt hij uit de trojka met een griezelige kreet
De wolven hebben alle aandacht voor die lekkernij
Nog vierentachtig werst en o, wat zijn wij heden blij

We mogen Pjotr wel waarderen om zijn eetbaarheid
Want daardoor raken wij die troep voorlopig even kwijt
Zo jagen wij maar voort als in een gruwelijke droom
Ajo ajo ajo al in die hoge klapperboom

Daar klinkt weer dat gehuil en onze hoop is weer verscheurd
De wolven zijn terug en nu is Sonja aan de beurt
Daar gaat het arme kind, zij was zo vrolijk en zo braaf
Nog achtenzestig werst en in Den Haag daar woont een graaf

Ik zit nog na te peinzen en mijn vrouw stort menig traan
En kijk daar komen achter ons de wolven al weer aan
Dus Igor, 't is wel spijtig maar jij wordt geen virtuoos
Nog tweeenvijftig werst en daar was laatst een meisje loos

Nu Igor is verwijderd hebben wij weer even rust
Maar nee, daar zijn de wolven weer, op nog een part belust
De doodskreet van Natasja snijdt ons pijnlijk door de ziel
Nog zesendertig werst en in blauwgeruite kiel

Mijn vrouw en ik zijn over, dus we zingen een duet
En als 't even mee wil zitten halen we het net
Helaas, ik moet haar afstaan aan de hongerige troep
Nu nog maar twintig werst en Hoeperdepoep zat op de stoep

Ik zing nu weer wat lustiger want Omsk komt in zicht
Ik maak een sprong van blijdschap en verlies mijn evenwicht
Terwijl de wolven mij verslinden, denk ik "Dat is pech
Ja Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg"

(Trojka hier, trojka daar)
Ja, je ziet er veel dit jaar
(Trojka hier, trojka daar)
Overal zit paardehaar
(Trojka hier, trojka daar)
Steeds uit voorraad leverbaar
(Trojka hier, trojka daar)
Zachtjes snort de samovaar
(Trojka hier, trojka daar)
Met een Slavisch handgebaar
(Trojka hier, trojka daar)
Doe het zelf met naald en schaar
(Trojka hier, trojka daar)
Is dat nu niet wonderbaar
(Trojka hier, trojka daar)
Twee halfom en een tartaar
(Trojka hier, trojka daar)
Een liefdadigheidsbazaar
(Trojka hier, trojka daar)
Hulde aan het gouden paar
(Trojka hier, trojka daar)
Foei hoe suffend staat gij daar
(Trojka hier, trojka daar)
Moeder is de koffie klaar
(Trojka hier, trojka daar)
Kijk daar loopt een adelaar
(Trojka hier, trojka daar)
Is hier ook een abattoir
(Trojka hier, trojka daar)
Basgitaar en klapsigaar
(Trojka hier, trojka daar)
Flinkgebouwde weduwnaar
(Trojka hier, trojka daar)
Leve onze goede Tsaar!

zondag 29 januari 2012

La Plagne 2012

Bijna vier meter sneeuw, waarvan minimaal 1 meter verse poedersneeuw. Maar niet ingesneeuwd. Zon én wolken. En vooral veel skikilometers (rond de 600 kilometer) en snelheid (hoogste tegen de 60 km/uur). Wat wil je nog meer.

De data zijn trouwens verkregen via de app van endomondo.com. We weten (in zoverre de data betrouwbaar zijn) bijvoorbeeld ook dat we tegen de 6.000 kCal hebben verbrand, wat weer goed is voor zo'n 11-12 hamburgers. Hoeveel Franse wijntjes en kaasje dat zijn, heb ik niet opgezocht.

















Mont Blanc






donderdag 12 januari 2012

Bladiebla

Ook bij mijn vorige werkgever zijn ze allergisch voor de bladiebla-uitspraken die in het bedrijfsleven schering en inslag zijn (lees ook Gaap en Helemaal goed). Afgelopen week ontving ik hun kleine vierkante jaarkalender 2012 met daarop de volgende tekst. 

Zuiderlicht in zijn 26e jaar

Ook in 2012 integreren wij het visionaire met het visuele. We hebben ons productportofolio laten benchmarken. Daaruit hebben we learnings getrokken ten aanzien van de juiste aanvliegroute. We streven naar een optimalisatie van onze open source creativiteitsimpulsen. Daarom hebben we in onze bilaterale plan-do-check-act cyclus integrale KPI’s geformaliseerd. Ook zijn we met sleutelfiguren uit onze organisatie bedrijfsrationele targets overeengekomen. Transparant als we zijn in onze klantrelatie, delen we onze doelstellingen met u, zodat u ons er op kunt afrekenen. Naast twee Red Dot Design Awards staan op de planning: een clientgericht front-office in Amsterdam, een virtuele iPad-unit in Bangalore, een operational excellent CRM-systeem en een ROI van minimaal 1,8. Bent u daar nog?

We hopen het. Dat maar veel van elkaar zullen merken het komende jaar. En dat we samen blijven kijken naar waar het werkelijk over gaat.

En bij dat laatste sluit ik me graag aan.

dinsdag 10 januari 2012

zondag 8 januari 2012

Timmermanslogica met spek & ei

In het Centre Céramique was al de tentoonstelling Timmermanslogica 1986-2011 met gebouwen en ontwerpen van Bruls en Co te zien. Bruls heeft in zijn gebouwen een duidelijke signatuur; hij is dol op grote ijzeren stippen. Dat hij ook meubels en zelfs bestek ontwierp wist ik niet. Het verraste me aangenaam. Sinds afgelopen vrijdag is in het Centre Céramique ook de kleine tentoonstelling Spek Ei Göt te bezichtigen. Deze tentoonstelling is er voor de onvervalste carnavalsvierder en doet verslag van één carnavalsdag; van het stevige ontbijt in de ochtend met spek en ei, het schmincken tot de ontmoetingen en het eindigen in de göt (goot). Oud-collega Paul van der Veer ontwierp het prachtige vierkante boekwerkje van 11x11x11 cm, dat op zich al een kunstwerk is. Etienne van Sloun fotografeerde. Ad van Iterson schreef de leuke teksten. In het prachtige Mestreechs uiteraard. Hieronder één van zijn verhalen.

En Romein?
Kojboj of indiaon. Es jong vaan zeve, ach, nege hadste wieneg käös mèt de carneval. De kós kojboj weure of de kós indiaon weure - de twie kampe oet de manneleke, nobele stried op de prairie en oonder in de doej vallei. Kojboj of indiaon, dat waor de kwestie. Knakkers um mèt te sjete of tomahawks um mèt te houwe. De reuk vaan solfer of de reuk vaan rubber. En neger daan? Hartstikke sjiek maan, neger! Zwarte maillot, zwarten trieko mèt col, dikke zwarte hejse, dikke zwarte zokke, zwart geverfde gymsjeun, zwarte sjmink, e ritselend rete rökske, ’n kèttel mèt knook draon, ’ne gouwe ringk kwansijs door de neus gepeers en ’n dikke vèrkesblaos dieste bij de slachter hads gehaold en boeste mèt mochs zwejje. In de rundte zwejje, zjus wieste mèt d’n ouge mós rolle, meh daan d’n aandere kant op, este dat kins. Jao, neger... Toch waor dat ieder get veur de groeter jonges - groeter nog es veer al waore. Of veur vaajers - neet eus vaajers; aandere. Manslui die zoe’n blaos in de vrouwlui hun geziech dörfde te hawwe en zelfs te vrieve. Lolzek en braniemekers, zoewie ze woorte geneump, die astrante vaajers. Nei, neger waor veur us nog neet aon de orde. En Romein? Ha, Julius Caesar, ouch weer vaan de partij! Zo, Nero, wat drinks diech dao, ’nen ingelender of e sneeuwwitje? Diech höbs confetti in de sjoem, preufste dat neet? Romein waor eveneins get veur este groeter waors. Zèlver haore, witte rok mèt gouwe bieze, linte um d’n broen-gesjminkde bein gedrejd. Dao waor nog mier couraasj veur nudeg es veur dölle neger. Echte Romeine waore stoer, carnevalsromeine verwijf. Veur Romein te weure hadste ’n leeste nudeg, aanders dachte ze get vaan diech. ’n Leeste! Wee had al ’n leeste? Henneke aon henneke, zeker. Kojboj of indiaon. Brojne sjmink of roeje sjmink. Neet zoe groet versjèl. Ei kuupke wijer in de sjmink-does. Aon die kuupkes kóste zien welke femilies mie kojbojs of mie indiaone in hoes hadde… Neet zoe groet versjèl. Meh toch. Meh later. De carnevalskojbojs zien bookhawwer, filiaolhawwer of aondeilhawwer gewoorde. De carnevalsindiaone kunssjèlder, muzikant of sjrijver. De kleur zit al vreug in ’ne mins. Op ’ne mins. 










Tango

Vrienden dansen al jaren tango. Ik wil dat ook en belde afgelopen jaar met stichting Tango in Maastricht. De dame was enthousiast en wilde me direct inschrijven, totdat bleek dat ik geen partner meenam. “We hebben meer dan genoeg vrouwen. Teveel zelfs. Dus als u geen man meeneemt, dan heeft het geen zin.” Pang. Droom stuk. Hier en daar wel eens voorzichtig bij de heren in mijn omgeving gepolst, maar die werden opeens verdacht stil. Ton & Marjolijn lieten het er echter niet bij zitten en vonden dat ik op zijn minst mee moest naar een heuse Tangosalon in de Roeie Zaol aan de Tongerseweg. En dus ging ik afgelopen weekend mee en belandde in een andere wereld. Vanuit regenachtig Maastricht stapte ik binnen in warm Buenos Aires. Op banken zaten de salondeelnemers hun schoenen te verwisselen. Een beetje zoals op de bowlingbaan, maar nu dan toch echt met gave schoenen. Ik keek mijn ogen uit. Zoveel mooie hakken … mijn Imelda Marcos hart ging er sneller van kloppen. Ook al zal ik nooit tango dansen, zo’n paar moet zeker in mijn collectie komen te staan.

Langs de kant van de dansvloer stonden stoeltjes. Om even op uit te rusten en voor muurbloempjes als ik. Ton & Marjolijn schovende dansvloer op en zwierden … nee dat is niet het goede woord voor tango … en bewogen sierlijk weg. Tientallen paren kwamen aan me voorbij. Ik kwam ogen tekort. De schoenen. De passen. De ingetogenheid, maar toch ook de kracht en passie. Kaarsrechte bovenlijven. Gezichten tegen elkaar aan gevleid. Beweeglijke benen en aangespannen voeten. En een paar prachtige jurken. Wat een sensatie. Van milonga tot aan wals- en neotango; de muziek bleef aanzetten tot bewegen. Ooit ontstaan uit de dansen van arbeiders en slaven in Zuid-Amerika. Toen dansten alleen nog de mannen met elkaar. Naderhand ook de vrouwen en na het opschonen van de dans, waagde ook de preutse Europese elite zich eraan. In de Tangosalon deze avond echter de echte Argentijnse tango. Niet de ballroomtango zoals we hem van tv kennen. Galant werden de dames door de heren gevraagd voor een dans. Een paar seconden stonden de paren vastgekleefd stil totdat de heren met een subtiele beweging de dames leidden naar de volgende pas. Vlamen, Walen, Maastrichtenaren. Iedereen danste met elkaar. Ook de travestiet in het gezelschap - een toch wel reusachtige, maar prachtige dame - werd niet overgeslagen. Behalve ik. Pas op het einde van de avond tegen half twee - na nog overigens twee optredens van een duo dat voor ons zong en gitaar speelde - waagde een heer me aan te spreken en me mee te vragen. Ik moest echter bekennen dat ik nog geen stapje kon verzetten. Hij glimlachte en zei: “Mevrouw, ik denk dat u het wel in u heeft om te dansen, maar het zijn uw weliswaar hooggehakte, maar toch wel laarzen die u weggeven. Tango wordt niet op laarzen gedanst.” Ploep. Ik viel door de mand met mijn verkeerde schoenen. Volgende keer gaan de barracuda’s mee.














vrijdag 6 januari 2012

Koninklijk bezoek

Elke dag fiets ik langs het Bonnefantenmuseum en Vodafone richting mijn werk. Al jaren post daar in weer en wind de kroonprins van West Nieuw-Guinea. Althans, de heer denkt dat hij dat is. Jarenlang zeulde hij - gehuld in een rood, geel, groene carnavalssjaal en pet - met een boodschappenwagentje op twee wieltjes en met plakkaten waarop hij van alles had geschreven en geplakt. Blijkbaar vond hij dat zijn boodschap niet goed overkwam en dus veranderde hij van tactiek. Hij begon van karton maquettes te bouwen, die zijn koninkrijk moesten voorstellen: flatgebouwen, rijksgebouwen, boten, tanks, auto’s en meer. Elke dag weer stalt hij ze allemaal aan de Avenue Céramique uit. En soms waagt hij de oversteek naar het Sterrenmonument en bouwt daar zijn maatschappij op. Verleden jaar verschenen daarnaast kleine berichtjes van papier geplakt op stoepen, lantaarnpalen en stoplichten. Maar die hielden het in de regen niet lang vol. De teksten vervaagden snel of werden zelfs weggehaald. Dat deert de kroonprins klaarblijkelijk niet. Hij is een volhouder. Gewapend met een transistorradio getapet om zijn arm en op zender ruis weerstaat hij alle weersoorten. Zon, regen, sneeuw of mist deren hem niet. En iedereen loopt, fiets en rijdt aan hem voorbij. Sommigen werpen nog wel een verbaasde blik, maar de meeste mensen kijken recht door hem heen. En ook dat lijkt hem niet te deren.

Afgelopen week stormde het flink. Dat zal niemand zijn ontgaan. En wat had de kroonprins gebouwd … een heuse windturbine. Een oer-Hollandse windmolen. Fier doorstond de windmolen rond kwart over acht in de ochtend nog de windstoten en de regen. Was ie echt geweest dan had ie vast een boel energie opgewekt. Ik besloot om er een tweet aan te wijden:
Kroonprins van West Nieuw-Guinea heeft vandaag in #Maastricht zijn nieuwe windmolen (karton) geplaatst. Handig met windstoten tot 100 km/uur 
Binnen een half uur hing de pers aan de telefoon bij Roos. Of ze Eliane Mans konden spreken. Verbaasd verbond mijn collega door en stond ik de journaliste te woord. “Nou, ik las uw tweet en vroeg me af wie deze royalty is, wanneer hij is aangekomen en wanneer de windmolen officieel in gebruik is genomen.” Ik was even stil. “Pardon? Royalty? Windmolen aan de Avenue Céramique? Mevrouw, sorry, maar deze man denkt dat hij kroonprins is. Hij is ziek.” “Maar het is toch wel bijzonder een kroonprins in Maastricht?!” “Mevrouw, hij is ziek in zijn hoofd. Wat wilt u eigenlijk?” “Nou een artikel hier aan wijden.” “Tja, dat is uw keuze, maar lijkt me niet echt relevant. Nogmaals de man leeft in zijn eigen droomwereld.” “Nouhou, toch bedankt.” Einde interview. Ik grinnikte maar eventjes en zag ’s avond om 17.00 uur dat de windmolen was geknakt. De journaliste vond het toch nodig om een artikel te schrijven. Gebaseerd op lucht. En dat was er die dag genoeg.

Foto Maastricht Dichtbij